Alle regels over het verschil tussen mentorschap en bewind

Mentorschap en bewind lijken op elkaar, maar verschillen duidelijk in doel. Mentorschap richt zich op persoonlijke zorg, terwijl bewind geldzaken beschermt. Beide maatregelen ondersteunen mensen die hun belangen niet zelfstandig kunnen behartigen. Een helder onderscheid voorkomt verwarring over verantwoordelijkheden en rechten. Denk hierbij aan medische beslissingen of financiële verplichtingen. De wet stelt duidelijke grenzen aan beide regelingen. Kennis van deze regels voorkomt misverstanden met familie, zorgverleners en instanties.
Wat is mentorschap?
Mentorschap is een juridische maatregel voor mensen die moeite hebben met persoonlijke beslissingen. Het gaat om verzorging, behandeling en begeleiding. De mentor beslist in overleg met zorgverleners en weegt daarbij de wensen van de betrokkene mee. Betrokkenheid blijft bestaan, maar de mentor neemt over wanneer dat nodig is. Deze maatregel wordt vaak ingezet bij dementie, verstandelijke beperkingen of psychische problemen.
De kantonrechter stelt het mentorschap vast na een verzoek. Dat verzoek kan komen van een familielid, instelling of hulpverlener. De rechter bepaalt of het mentorschap tijdelijk is of voor onbepaalde tijd geldt. Een mentor beslist niet over geldzaken, daarvoor is bewind nodig. Mentorschap beschermt persoonlijke belangen en voorkomt ongewenste druk. Zo blijft ruimte bestaan voor zorgvuldige zorgbesluiten.

Wat is bewind?
Bewind beschermt het vermogen van iemand die zijn geldzaken niet goed meer beheert. De bewindvoerder regelt inkomsten en uitgaven. Zonder toestemming mogen geen nieuwe financiële verplichtingen worden aangegaan. Jaarlijks legt de bewindvoerder verantwoording af aan de kantonrechter. Deze maatregel wordt toegepast bij schulden, verslaving of verstandelijke beperkingen.
De aanvraag loopt via de rechter, die beslist over de duur van het bewind. Ook wijst de rechter de bewindvoerder aan. Dat kan een familielid zijn of een professionele partij. De bewindvoerder beheert alle financiële zaken, van huur tot zorgkosten. Bewind biedt duidelijkheid richting instanties en verkleint financiële risico’s.
De belangrijkste verschillen tussen mentorschap en bewind
Mentorschap richt zich op persoonlijke zorg, bewind op geldzaken. Beide maatregelen hebben daardoor een eigen doel en functie. Ze kunnen afzonderlijk worden aangevraagd of gecombineerd. Dat gebeurt vaak wanneer iemand zowel bescherming als ondersteuning nodig heeft.
Een mentor beslist bijvoorbeeld over medische behandelingen, terwijl een bewindvoerder betalingen regelt. De bevoegdheden zijn strikt gescheiden. De rechter beoordeelt per aanvraag of deze bevoegdheden passend zijn. Hierdoor ontstaat maatwerk dat aansluit bij de specifieke situatie.
Wanneer kies je voor mentorschap, bewind of allebei?
Soms volstaat mentorschap, bijvoorbeeld bij zorgvragen zonder financiële problemen. Bij schulden of verslaving kan bewind voldoende zijn. Wanneer ondersteuning op beide vlakken nodig is, kiest de rechter vaak voor een combinatie.
Wie in een provincie zoals een mentorschap in Limburg aanvraagt, moet voldoen aan landelijke regels. De rechtbanklocatie verschilt, maar de procedure blijft gelijk. De kantonrechter beoordeelt medische verklaringen en mogelijke risico’s. Een zorgvuldige afweging voorkomt latere aanpassingen of conflicten.
Wie kan mentorschap of bewind aanvragen en hoe verloopt dat proces?
Een aanvraag start bij de kantonrechter. Dit kan door de betrokkene zelf, maar ook door een partner, familielid of hulpverlener. Nodig zijn een medische verklaring en een bereidverklaring van de voorgestelde mentor of bewindvoerder. De rechtbank plant vervolgens een zitting om alle betrokkenen te horen.
Na goedkeuring benoemt de rechter de mentor of bewindvoerder. Met de beschikking kunnen zij namens de betrokkene handelen. Bij mentorschap betreft dat zorgorganisaties, bij bewind banken en overheden. De maatregel gaat direct in en wordt jaarlijks geëvalueerd.

Wat blijft er over van je eigen zeggenschap?
Mentorschap of bewind betekent niet dat alle zeggenschap verdwijnt. In de meeste gevallen blijft iemand handelingsbekwaam. Stemmen, trouwen of medische behandeling weigeren blijft mogelijk. Wel verschuift de zeggenschap op specifieke onderdelen.
Bij grote beslissingen kan inspraak bij de rechter worden gevraagd. Ook is bezwaar mogelijk tegen keuzes van de mentor of bewindvoerder. De maatregel wordt regelmatig herzien. Bij herstel kan deze worden beëindigd. Zo blijft een evenwicht bestaan tussen bescherming en autonomie.
Twee maatregelen, één doel: bescherming
Mentorschap en bewind beschermen mensen die hun belangen niet zelfstandig kunnen behartigen. Het ene richt zich op persoonlijke zorg, het andere op financiële zaken. Door dit duidelijke onderscheid blijft de rolverdeling overzichtelijk.
Niet iedereen heeft beide maatregelen nodig. Soms biedt ondersteuning door een naaste al voldoende houvast. Wie de verschillen kent, maakt weloverwogen keuzes. Daardoor blijft de bescherming effectief en helder voor alle betrokkenen.
Lees ook eens onze blog met alle regels rondom het aanvragen van een hypotheek of alle regels rondom een erfenis.
