Alle regels voor het mengen van kleuren

Met rood, geel, blauw, titaanwit en gebrande omber meng je vrijwel elke kleur die je nodig hebt. Met deze regels kleuren mengen wordt eenvoudig, zolang je ze in een vaste volgorde volgt. Begin met de lichtste kleur, voeg de donkere kleur in kleine stappen toe, test het mengsel op een kladstrook en schrijf de verhouding op. Zwart meng je zelf uit de basiskleuren, en een te felle kleur demp je met de kleur die er tegenover ligt op de kleurencirkel. Deze zeven regels gelden voor olieverf en acrylverf, en grotendeels ook voor textielverf. Hieronder lees je per regel wat je doet en waarom het werkt.
De regels voor kleuren mengen in het kort
Wie snel volgens de regels kleuren mengen wil leren, heeft genoeg aan dit overzicht. De regels zijn genummerd van 1 tot en met 7 en komen in dezelfde volgorde terug in de rest van het artikel. Elke verfsoort vraagt om een kleine aanpassing, maar het systeem blijft gelijk. Lees de lijst eerst door en ga daarna naar de uitleg per regel. Twijfel je onderweg welke kleuren samen een bepaalde tint geven, bekijk het schema om kleuren te mengen en leg het naast je palet.
- Gebruik rood, geel en blauw als basis voor elke mengkleur.
- Houd titaanwit en gebrande omber apart en voeg ze pas aan het einde toe.
- Begin met de lichtste kleur en meng de donkere kleur erbij.
- Werk in kleine stappen en test elk mengsel eerst op een kladstrook.
- Noteer elk mengrecept met de verhouding van de kleuren.
- Meng zwart zelf uit de drie basiskleuren.
- Demp een te felle kleur met de kleur die er tegenover ligt op de kleurencirkel.
Regels voor de kleuren die je gaat mengen
De eerste twee basisregels gaan over de tubes die je koopt. Met vijf tubes kom je een heel eind, zolang je weet welke rol elke tube heeft. Meer tubes maken het mengen zelden beter en vaak juist onoverzichtelijker.
Regel 1: gebruik rood, geel en blauw als basis
Rood, geel en blauw heten primaire kleuren. Dat zijn de drie basiskleuren die je zelf niet uit andere kleuren kunt mengen, terwijl je alle andere kleuren juist wel uit deze drie maakt. Een kant-en-klare mengkleur uit de tube, zoals fabrieksgroen of fabriekspaars, bevat vaak meerdere pigmenten. Pigment is de kleurstof in de verf. Hoe meer pigmenten in één mengsel samenkomen, hoe groter de kans op een vieze, grijze kleur. Daarom meng je liever zelf vanuit de basis, want dan weet je precies wat erin zit.
Regel 2: houd wit en een donkere aardkleur apart
Titaanwit maakt een kleur lichter. Gebrande omber is een donkere aardkleur die een mengsel warmer en donkerder maakt. Beide tubes houd je apart van de drie basiskleuren en je voegt ze pas toe als de tint klopt. Doe je dat te vroeg, dan wordt de kleur vlak en dof. In totaal heb je dus vijf tubes nodig: drie basiskleuren, titaanwit en gebrande omber.
Regels voor kleuren mengen tijdens het werk
Zodra de verf op het palet ligt, bepalen volgorde en tempo het resultaat. Deze drie mengregels voorkomen de meeste mengfouten en zorgen ervoor dat je trefzeker mengt.
Regel 3: begin met de lichtste kleur
Je start met de lichtste kleur op je palet en voegt daar de donkere kleur bij. Andersom werkt slecht, omdat je dan veel lichte verf nodig hebt om de kleur terug te krijgen. Blauw is een sterke kleur en geel een zwakke, dus een klein beetje blauw bij veel geel geeft al een duidelijk groen. Daarom meng je groen beter zelf dan dat je het koopt, want zo bepaal je zelf hoe warm of koel de tint wordt. Rood zit qua kracht tussen blauw en geel in.
Regel 4: meng in kleine stappen en test eerst
Voeg steeds een kleine hoeveelheid toe en meng goed door. Zet dan een veegje op een kladstrook, een stuk karton of een restje stof, zodat je de echte kleur ziet voordat je hem op je werk gebruikt. Nat lijkt een kleur vaak anders dan droog. Werk met twee of drie kleuren tegelijk, want dan blijft het mengsel helder. Meer kleuren in één mengsel geven bijna altijd een vieze kleur.
Regel 5: noteer elk mengrecept
Schrijf elk mengrecept op zodra de kleur goed is. Noteer de verhouding, bijvoorbeeld drie delen geel, één deel blauw en een vleugje wit. Zo maak je de kleur later precies opnieuw als de verf op is, en dat scheelt veel tijd bij grote vlakken die je in meerdere sessies schildert. Een notitieboekje naast je palet is genoeg. Schilder je een bestaand werk van iemand anders na, let dan ook op de regels rond copyright, want een mengrecept mag je vrij delen, maar een kopie van een schilderij mag je niet zomaar verkopen.
Regels voor het mengen van donkere en zachte kleuren
Donkere en gedempte kleuren gaan het vaakst mis. Deze twee regels houden ze diep en levendig in plaats van dof en plat.
Regel 6: meng zwart uit de drie basiskleuren
Zwart uit de tube maakt andere kleuren dof. Meng daarom je eigen donker uit rood, geel en blauw in ongeveer gelijke delen. Dat geeft een diep donker dat warmer of koeler wordt, afhankelijk van welke kleur je iets meer gebruikt. Met een beetje gebrande omber wordt het nog dieper. Zo'n eigen zwart past bovendien beter bij de rest van je werk, omdat het dezelfde pigmenten bevat.
Regel 7: demp met de tegenoverliggende kleur
Complementaire kleuren zijn kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurencirkel. De kleurencirkel is een rond schema waarin alle kleuren in een vaste volgorde staan. Groen ligt tegenover rood en oranje ligt tegenover blauw. Een te fel oranje demp je dus met een klein beetje blauw, waardoor de kleur rustiger wordt zonder vies te worden. Dezelfde regel gebruik je voor schaduw. Een schaduw op een geel vlak maak je met een vleugje paars in plaats van zwart.
Wat je doet als een mengsel misgaat
Een mislukt mengsel is bijna altijd te herstellen als je weet wat er misging. Deze vier situaties komen bij het herstellen van mengfouten het meest voor.
- Te fel: voeg een vleugje van de tegenoverliggende kleur toe.
- Modderig: je gebruikte te veel kleuren tegelijk. Begin opnieuw met twee basiskleuren.
- Te donker: meng een nieuwe lichte basis en voeg het donkere mengsel daar in kleine beetjes bij.
- Te licht: voeg een beetje van de sterkste basiskleur in het mengsel toe, nooit zwart.
Paars gaat vaak mis om een eigen reden. Veel rood en blauw uit de tube bevat een beetje geel, en geel ligt tegenover paars op de kleurencirkel. Dat beetje geel dempt het paars dus meteen. Kies voor een helder paars een koel rood dat naar roze neigt en een koel blauw dat naar violet neigt.
Verschillen tussen olieverf, acrylverf en textielverf
De zeven regels gelden voor alle drie de soorten, maar elke verf vraagt om één aanpassing. Olieverf droogt langzaam en blijft dagen mengbaar, dus een mengsel op het palet kun je rustig bijsturen. Acrylverf droogt in minuten en wordt na het drogen iets donkerder, daarom meng je een tint lichter dan je uiteindelijk wilt hebben. Schilder je buiten, dan droogt acrylverf door wind en zon nog sneller. Houd in dat geval ook rekening met de regels voor straatartiesten in Nederland, want niet elke gemeente staat werken op straat zomaar toe. Bij textielverf bepaalt de kleur van de stof mee hoe het eindresultaat eruitziet, dus test altijd op een restje van dezelfde stof voordat je begint.
Zo pas je de regels voor kleuren mengen vanaf vandaag toe
De kern is overzichtelijk: vijf tubes, de lichtste kleur eerst, kleine stappen, testen op een kladstrook en elk recept noteren. Zwart maak je zelf uit de basiskleuren en een te felle kleur demp je met de kleur ertegenover. Wie deze regels voor kleuren mengen een paar keer toepast, hoeft ze daarna niet meer op te zoeken. Let wel: deze regels gaan alleen over verf op doek, papier of stof. Wil je de kleur van je auto aanpassen, dan gelden de regels voor een kleurwijziging bij de RDW en moet je de nieuwe kleur laten registreren. Begin vandaag met één eenvoudige oefening. Meng groen uit geel en een klein beetje blauw, zet het op een kladstrook en schrijf de verhouding op.
